Viooltje in parfum kent twee vormen. De bloemnoot ruikt zoet, zacht en poederachtig, met een delicate, licht fruitige kwaliteit. Het blad, gebruikt als absolue, ruikt groen, koel en bijna komkommerachtig. Veel van het bloemkarakter wordt tegenwoordig nagebootst met iononen, aromamoleculen die de typische poederzoetheid geven. Parfumeurs gebruiken viooltje om bloemen, hout en muskus een zachte, elegante tederheid te geven. Het past goed bij iris, roos en vanille. Het kan retro en verfijnd aanvoelen of fris en waterig.
Viooltje is in dit assortiment vooral een hartnoot. Het voegt een zachte, poederachtige, lichtgroene zoetheid toe tussen de opening en de basis.